HSRS01: Klimaatscan Schiphol regio

De Schipholregio is een belangrijke economische motor met een hoge dynamiek. Niet alleen vanwege de aanwezigheid van Schiphol, maar ook vanwege een aantal omvangrijke projecten die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de Noordvleugel van de Randstad. Dit rapport geeft op basis van een zeer globale quick-scan op basis van beschikbare kaartlagen uit de klimaateffectatlas inzichtelijk wat de belangrijkste gevolgen kunnen zijn van klimaatverandering voor de regio. Hierbij gaat het zowel om de impact van klimaatverandering op het huidige ruimtegebruik als ook op de ruimtelijke ontwikkelingen die nu in voorbereiding zijn, bijvoorbeeld de Randstad Urgent-projecten Westflank Haarlemmermeer, ACT, A4-Schiphol, en eventueel ook de projecten Schipholdriehoek (Driehoek A4-A5-A9) en Greenport Aalsmeer.

Voor deze verkennende studie wordt gebruik gemaakt van de Klimaatscan die zijn oorsprong kent bij de Provincie Zuid-Holland en verder is ontwikkeld in het klimaateffectatlas project (DHV, Alterra en KNMI) in het kader van het Klimaat voor Ruimte. Aangezien het hier om landelijke kaarten gaat die in een quickscan zijn gecombineerd, heeft de studie vooral een verkennend en signalerend karakter. De resultaten van de quickscan moeten vooral leiden tot bewustwording: de scan presenteert op een heldere en overzichtelijke wijze de opgaven die van belang zijn. De verkennende studie geeft aan welke adaptatievraagstukken in de Schipholregio het meest urgent zijn en geeft daarbij aanbevelingen voor vervolgonderzoek.

In de scan worden primaire effecten van klimaatverandering vertaald naar gebiedsspecifieke gevolgen, de zogenaamde secundaire effecten. Wanneer deze geconfronteerd worden met het in het gebied aanwezige landgebruik ontstaat inzicht in consequenties voor de verschillende functies, de tertiaire effecten. Op basis van effect- en gevoeligheidsindicatoren kan zo gebiedspecifiek een uitspraak gedaan worden over de klimaatrobuustheid van bepaalde functies. Hieruit kunnen de klimaatsignalen en -opgaven worden afgeleid.

De uitkomsten van de verkennende quickscan geven inzicht in de prioritaire thema’s waarop kennisverdieping nodig is. Dit vormt de zogenaamde klimaatagenda die aan de provincie en betrokken stakeholders is voorgesteld:

    1. Op basis van de uitgevoerde scan vormt watertekort in verband met de doorspoelbehoefte de belangrijkste opgave voor de Haarlemmermeer. Het laten verbrakken van bepaalde gebieden zal hierbij mogelijk noodzakelijk zijn. Het verdient de aanbeveling te onderzoeken welke gebieden hiervoor in aanmerking komen en welke nieuwe kansen dit biedt.
    2. Voor de westflank van de Haarlemmermeer blijkt uit de klimaatscan dat met name het stedelijk gebied gevoelig is voor het optreden van wateroverlast. De landbouw daarentegen is gevoelig voor de effecten van watertekort en verzilting. Het biedt een interessant perspectief om te kijken in welke mate de benodigde piekberging voor het stedelijke gebied gecombineerd kan worden met de voorraadberging voor de landbouw.
    3. ACT is op basis van de scan robuust voor de effecten van overstroming van primaire waterkeringen. Effecten van overstroming van de boezemkade vormen wel een aandachtspunt. Mede gezien de grote investering zullen de gevolgen van een overstroming groot zijn. Maatregelen ten aanzien van dit effect kunnen wellicht goed gecombineerd worden met de nieuwe planontwikkeling.
    4. De greenport Aalsmeer is gevoelig voor de effecten van watertekort en verzilting en wateroverlast. Voor het logistieke deel is een goede ontsluiting van belang. Deze zijn plaatselijk gevoelig voor de effecten van wateroverlast en temperatuur.
    5. In de Schipholdriehoek zullen een mogelijke tweede terminal, omlegging van de A9 en een mogelijke doortrekking van de Noord-Zuidlijn naar verwachting leiden tot een waterbergingsopgave. Oplossingen hiervoor kunnen gezocht worden in combinatie met de groenopgave.
    6. Met name de glastuinbouwgebieden zijn kwetsbaar voor de effecten van wateroverlast, watertekort en verzilting. Oplossingen hiervoor moeten gezocht worden in de reeds ingezette ontwikkeling naar een zelfvoorzienend glastuinbouw. Dergelijk maatregelen kosten wel geld en ruimte. Speciale aandacht gaat uit naar de gebieden die in als prioritair in het provinciaal landbouw beleid zij benoemd, te weten Rijssenhout /Primaviera en het bollenteeltgebied Bollen zijn zeer gevoelig voor de effecten van verzilting.
    7. Wateroverlast vormt een beperkte opgave voor een aantal recreatieterreinen. De mate waarin dit als overlast wordt ervaren is afhankelijk van de inrichting van het terrein. Oplossing kunnen gezocht worden in waterbergingsvijvers die ook voor recreatieve doeleinden gebruikt kunnen worden. De recreatieterrein bieden vooral veel kansen. Door een stijging van de temperatuur zal de behoefte aan recreatie en plekken voor verkoeling toenemen. Met name in het park van de 21e eeuw waar een combinatie met een woonopgave wordt gezocht kan goed ingespeeld worden op deze behoefte. Zwemwater is in verband met de ontwikkeling van blauwalg gevoelig voor effecten van temperatuur en kwel.
    8. Aanvullende data ten aanzien van wateroverlast in het stedelijke gebied zijn essentieel om de wateropgave aldaar te kunnen bepalen.
    9. Verder uitwerking op het niveau van de deelgebieden is nodig om de kansrijkheid van de adaptatiemogelijkheden te verkennen.
    10. De klimaateffecten voor tunnels en ICT infrastructuur dienen aanvullend in beeld te worden gebracht.

Het eindrapport van dit project is beschikbaar.

publications | factsheet