Achtergrondinformatie
Nederland kent een groot aantal ondiepe watersystemen, zoals meertjes en plassen, maar ook talrijke sloten en kanalen, kenmerkend voor veenweidegebieden (bekijk de kaart). Zij vormen een karakteristiek milieutype van de laaggelegen delta die Nederland is. Tot deze blauwe-groene gordel behoren de Friese meren, de plassen van Noord-West Overijssel (Beulaker en Belter Wijde, Weerribben), de Randmeren, de Loosdrechtse plassen, de Reeuwijkse en Kager plassen en de Braasemermeer. De veenweiden vormen daarbij nationaal en internationaal zeer gewaardeerde gebieden vanwege de bijzondere landschappelijke kwaliteiten.

Het dilemma van het veenweidegebied is dat het doorgaan met ontwateren leidt tot behoud van het veenweidelandschap maar uiteindelijk tot verlies van het veendek; stoppen met ontwatering leidt tot het tegendeel. Het fundamentele probleem van de veenweidegebieden is de voortgaande én ongelijke bodemdaling, waardoor de kwetsbaarheid en kosteninefficiëntie van het watersysteem toenemen en de functies steeds minder passen bij de veranderende ondergrond. Er is sprake van een groeiende frictie en marginalisering van het ruimtegebruik. Klimaatverandering brengt o.a. met zich mee dat de ruimtelijke fricties nog evidenter worden. De stijgende zeespiegel versterkt de verzilting, de verdroging neemt toe door een tekort aan schoon, zoet water en toename van de verdamping in de zomer, en de veiligheidsrisico’s nemen toe door verlaging van het NAP.
De meeste ondiepe watersystemen hebben een functie t.a.v. waterberging, natuur, recreatie, wonen en drinkwater. Steeds meer wordt gebouwd in en aan het water, zoals bij het IJmeer en Gooimeer. In toenemende mate worden stedelijke waterpartijen aangelegd. Het ziet er naar uit dat de voorziene
klimaatverandering op essentiële punten slecht kan uitpakken voor de kwaliteit en de ecologische toestand van onze wateren. Klimaatverandering zal met grote waarschijnlijkheid leiden tot toename in twee, voor het waterbeheer ongunstige, groepen organismen: blauwalgen en drijvende waterplanten. Daarnaast wordt een toename van de troebelheid van watersystemen verwacht, met alle biologische gevolgen van dien. Bovendien zal klimaatverandering negatieve effecten hebben voor de drinkwatervoorziening.
Doelstelling
Kennis ontwikkelen met betrekking de gevolgen van klimaatverandering en hoe daarop te anticiperen voor de kwaliteit en de ecologische toestand van onze ondiepe wateren en kennis ontwikkelen aangaande de sterke en voortgaande én ongelijke bodemdaling van de veenweidegebieden, waarbij een toenemende verzilting, tot toenemende verdroging, tot versterkte veenafbraak en toenemende afvoer van nutriënten bij zware regenval leidt.
De aandachtsgebieden zijn
- onderzoek naar de gevolgen van fysisch-chemische en microbiologische processen gekoppeld aan vernatting, drooglegging, verdroging en veenafbraak
- onderzoek naar de wijze waarop de verwachte temperatuurstijging het ecosysteem van de meren zal beïnvloeden
- toetsing van gebruikscenario’s op hun implicaties voor een palet aan gebruiksdoelen
